Palliatieve ondersteuning en de Wmo

Op 2 oktober 2019 organiseerde Bender in samenwerking met Agora de workshop ‘Palliatief, maar nog lang niet terminaal: de rol van de Wmo-consulent’.
Agora heeft vanuit het ministerie van VWS de opdracht gekregen om bij de ondersteuning van mensen met een ongeneeslijke aandoening het sociaal domein en de palliatieve zorg beter op elkaar aan te sluiten, met aandacht voor kwaliteit van leven.

Nu steeds meer mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, speelt ook de laatste levensfase zich steeds vaker af in de thuissituatie. Ook zullen er in de toekomst minder mantelzorgers zijn in verband met de toenemende vergrijzing. Deze ontwikkelingen raken natuurlijk heel duidelijk de thuissituatie van burgers, en dus de dagelijkse praktijk van de Wmo-consulent. Het doel van de Wmo is namelijk om burgers te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven.

De palliatieve fase en 4 dimensies van palliatieve ondersteuning

Centrale vraag tijdens de workshop: wat is de rol van de Wmo-consulent tijdens de palliatieve fase? Hiervoor hebben we eerst gekeken naar wat de palliatieve fase is, en wanneer die begint. Feitelijk vangt de palliatieve fase al aan op het moment dat iemand te horen krijgt ongeneeslijk ziek te zijn. Dat is eerder dan de meeste deelnemers van de workshop dachten. Ook hebben we gesproken over de vier dimensies van palliatieve ondersteuning: fysiek, psychologisch, sociaal en spiritueel. Wmo-consulenten zijn zich vaak bewust van de eerste drie dimensies, maar de laatste dimensie, spiritualiteit en zingeving, komt minder snel ter sprake. Hoe komt dat? Is dat eigenlijk wel een taak van de Wmo-consulent om dit te bespreken met de burger? En hoe pak je dit dan aan?

De rol van de Wmo consulent in de palliatieve fase

Tijdens de workshop zijn deze vragen verkend; de Wmo-consulent doet vaak een integrale uitvraag, waarbij deze al aandacht heeft voor veel leefgebieden, en daarnaast ook een signalerende functie heeft voor andere zaken (denk bijvoorbeeld aan schulden, maar ook bijvoorbeeld of er iets speelt op het gebied van huiselijk geweld). Is er dan ook nog ruimte voor vraagstukken op het gebied van zingeving? En hoe ver ga je daarin? Signaleren en verwijzen is belangrijk.

Zoals voor alle vraagstukken die je tegenkomt op het gebied van de Wmo, is het ook op het gebied van palliatieve ondersteuning belangrijk om kennis te hebben van de sociale kaart. Er zijn namelijk verschillende initiatieven op het gebied van palliatieve zorg thuis, die via het Netwerk Palliatieve Zorg (www.netwerkpalliatievezorg.nl) georganiseerd zijn. In Nederland zijn 65 regionale netwerken actief. Daarnaast is er sinds 1 januari 2019 een subsidieregeling voor geestelijke verzorging in de thuissituatie. Geestelijk verzorgers kunnen juist op het gebied van zingeving en spiritualiteit ondersteuning bieden. Deze hulp is gesubsidieerd door het Ministerie van VWS. Wanneer je als Wmo-consulent goed op de hoogte bent van deze voorzieningen, kan je burgers met deze vragen ook goed informeren en doorverwijzen. Informatie over geestelijke verzorging is te vinden op de website: www.geestelijkeverzorging.nl

Conclusie van deze avond

Het is belangrijk dat je als Wmo-consulent in het gesprek met de burger aandacht hebt voor de palliatieve fase en weet wat er is op het gebied van palliatieve ondersteuning. Zo kun je signalen oppakken en de burger informeren en verwijzen wanneer daar behoefte aan is. Bender zal binnen de opleiding tot Wmo-consulent aandacht besteden aan dit onderwerp.

Het verbaast me welke mogelijkheden er allemaal zijn op het gebied van geestelijke verzorging. Echt een eye-opener.

Marja Wmo consulent