Resultaatgericht indiceren in de Wmo blijft mogelijk

Op 17 juni heeft Minister de Jonge uiteengezet hoe hij resultaatgericht indiceren in de Wmo voor zich ziet zodat de rechtszekerheid en de rechtsbescherming van cliënten blijft gewaarborgd.

Ondersteuningsplan en de rol van cliëntondersteuning

Naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, waarin deze had geoordeeld dat het indiceren in resultaten onvoldoende rechtszekerheid biedt aan de burger, heeft de minister aangegeven hoe hij de Wmo 2015 gaat aanpassen om resultaatgericht indiceren toch mogelijk te maken. De minister beschrijft dat op dit moment niet altijd duidelijk is wat de juridische status is van het ondersteuningsplan, welke rechtsmiddelen een cliënt heeft en wat een cliënt kan doen als hij het niet eens is met de (kwaliteit van de) uitvoering van het ondersteuningsplan.

Door het ondersteuningsplan een plek te geven in de onderzoeksfase, en en onderdeel uit te laten maken van de beschikking, wordt volgens de minister de cliënt meer rechtszekerheid geboden. Ook de onafhankelijke cliëntondersteuning kan dan een rol krijgen bij het opstellen van het ondersteuningsplan, door aan te schuiven bij het gesprek tussen de cliënt en de professional. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren van de Centrale Raad van Beroep.  

Aanpassing ondersteuningsplan

Wanneer in de loop van de tijd de ondersteuningsbehoefte van de cliënt wijzigt, kan op initiatief van de cliënt het ondersteuningsplan ook worden aangepast. De toekenningsbeschikking hoeft niet te worden aangepast als tijdelijk de ondersteuning wat minder of meer nodig is. Pas bij structurele of substantiële wijziging kan tot aanpassing van de indicatie worden overgegaan.

Kwaliteit en evaluatie

Het is aan de gemeente om te monitoren en evalueren op de gestelde resultaten ook daadwerkelijk behaald worden. Daarom is het van belang dat er in het ondersteuningsplan goed wordt beschreven welke activiteiten moeten plaatsvinden en hoe vaak. Hierdoor kan beter worden gecontroleerd op kwaliteit. Ook een normenkader kan hierbij helpen. Dat normenkader dient ‘gebaseerd te zijn op objectieve criteria, steunen op deugdelijk onderzoek, verricht door een onafhankelijke, geen belang bij de uitkomst hebbende, derde”. De gemeente zal in de verordening moeten opnemen op welke manier de indicatiestelling plaatsvindt (middels resultaten of uren), en hoe de kwaliteit, monitoring en evaluatie plaatsvindt.

Overgangsfase

De minister is voornemens om het wetsvoorstel na het zomerreces in te dienen. In de tussentijd is er sprake van een overgangsfase. Gemeenten zullen daarom in samenspraak met cliënten bepalen hoe de ondersteuning vormgegeven wordt. Hierbij staan continuïteit van de ondersteuning, en het voorkomen van onzekerheid voorop. In sommige gevallen kan dat ertoe leiden dat er toch uren moeten worden toegekend voor de huishoudelijke hulp.

Ondersteuning nodig?

Heeft u ondersteuning nodig om in samenspraak met uw cliënten te bepalen hoe de maatschappelijke ondersteuning vormgegeven moet worden? Of wilt u eens van gedachten wisselen over hoe Bender u kan ondersteunen bij het resultaatgericht indiceren? Kijk hier voor meer informatie of vul ons contactformulier in>>