Zorgplicht gemeenten ondermijnt werking schuldhulpverlening

De zorgplicht die gemeenten hebben en de zelfredzaamheid (of eigen verantwoordelijkheid) van de burger, zorgen voor een spanningsveld binnen de schuldhulpverlening. Als schulddienstverlener beschik je over kennis die je in kunt zetten om te bemiddelen tussen crediteuren en debiteuren. Dankzij jou komen ze tot een overeenkomst over het te betalen bedrag en de gevolgen bij niet volledige betaling van de vordering. Steeds vaker wordt van de schuldhulpverlener gevraagd dat hij niet alleen psychosociale problemen signaleert maar hier ook mee aan de slag gaat.

Casus 1

De gemeente wil dat er na niet verschijnen op een intakegesprek een hersteltermijn wordt gegeven. Dit gebeurt per aangetekende post. Hier wordt niet op gereageerd. Nu moet er gebeld worden. Weer geen reactie. De laatste stap is nu dat er langs de deur gegaan wordt om het gesprek aan te gaan. Er waren tijden waarin na het verstrijken van de hersteltermijn, het dossier gesloten werd en er een uitsluittermijn opgelegd werd. Let wel, het gaat hier over een traject waarvan hoogst waarschijnlijk is dat het merendeel van de schulden wordt kwijtgescholden.

Doorgeslagen in “Zorgplicht”

De instelling van veel gemeenten wat betreft dergelijke casussen is erg veranderd. Wat mij betreft zijn gemeenten vaak te ver doorgeslagen in hun “zorgplicht”. Ook bij schulddienstverlening geldt, zachte heelmeester maken stinkende wonden. Veel mensen die in een schulddienstverleningstraject zitten, hebben moeite met het nakomen van afspraken. Mogelijk is dit één van de redenen dat er problematische schulden zijn ontstaan. Wat leren ze op het moment dat dit gedrag weer vertoond wordt tijdens een schuldhulptraject, en ze kans na kans krijgen? Helemaal niets. Er is geen enkele motivatie om hun gedrag te veranderen, waarmee de oplossing voor de financiële problemen niet dichterbij komt.

Casus 2

Nog een voorbeeld, van een collega deze keer. Zij heeft een dossier gesloten en daarvoor een beschikking naar de cliënt gestuurd. Deze heeft succesvol bezwaar aangetekend. Het dossier werd beëindigd omdat de cliënt niet meer reageerde. Niet op telefoontjes, brieven of mails. De schulddienstverlener maakte zich zorgen en schakelde de maatschappelijk werker in om bij de cliënt thuis langs te gaan. Deze heeft dat diverse keren geprobeerd maar kreeg geen gehoor. Volgens de Basisregistratie Persoonsgegevens was de cliënt niet verhuisd. Als laatste poging is het wekelijkse “leefgeld” stopgezet (er was sprake van budgetbeheer). Nu moest de cliënt wel contact opnemen. Helaas na 3 weken nog geen contact. Het resultaat van dit alles was dat het dossier gesloten werd in verband met schending van de medewerkingsplicht. (artikel 7 WGS).

Tijdens de hoorzitting in verband met het bezwaar, gaf de cliënt aan dat hij “even” bij iemand elders in het land was gaan wonen, in verband met ruzie met een huisgenoot. Hij gaf ook aan niet lekker in zijn vel te zitten als gevolg van zijn financiële problemen en van mening te zijn dat hij verder geholpen moest worden. Hoewel aangegeven werd dat de schulddienstverlener veel gedaan had om contact te krijgen bleek het argument dat de situatie van de cliënt uitzichtloos zou zijn, zwaarwegender. Het dossier moest heropend worden.

Voldoen aan de voorwaarden

Schulddienstverlening is in essentie een zakelijke aangelegenheid, die op basis van overeenkomsten doorlopen wordt. Worden deze overeenkomsten door één van de partijen niet nageleefd dan moeten daar ook consequenties aan verbonden zijn. Zo niet, dan kunnen deze overeenkomsten beter achterwege gelaten worden. Natuurlijk is schulddienstverlening ook mensenwerk en moet er rekening gehouden worden met de mogelijkheden van een persoon; kan deze nog niet voldoen aan de voorwaarden van een schulddienstverleningstraject? Dan zal er door andere disciplines binnen het sociaal domein samen met de cliënt aan een oplossing gewerkt moeten worden. Voldoet de cliënt vervolgens wel aan de voorwaarden? Dan kan er weer gewerkt worden aan de schuldenproblematiek.

Koste wat het kost

Kiest een gemeente ervoor om cliënten koste wat het kost binnenboord te houden, dan wordt er voorbijgegaan aan de medewerkingsplicht van deze persoon. Er is dan ook geen sprake van schulddienstverlening, eerder van gemeentelijke curatele. Dit terwijl verkwisting sinds 2014 geen reden meer is voor curatele. Deze grondslag is verplaatst naar beschermingsbewind. Het is de vraag of schulddienstverleners het mandaat hebben om als curator op te treden. Laat staan de kunde. Beleidsmakers zullen zich er bewust van moeten zijn dat deze rol er niet “even bij gedaan” kan worden. Wordt er in het beleid wel de keuze gemaakt om iedereen binnenboord te houden dan moeten hiervoor ook middelen beschikbaar moeten worden gesteld. Niet alleen nu maar ook in de toekomst, op het moment dat er een enorm granieten bestand opgebouwd is.

Een ander gevolg van de “zorgdrang” voor cliënten binnen de schulddienstverlening is dat de geloofwaardigheid van de trajecten richting de schuldeisers weggenomen wordt. Immers hoeven cliënten hun verplichtingen niet meer na te komen. Waarom zouden schuldeiser dan nog bereid zijn om schulden kwijt te schelden?

Kortom; het “zorgen” van de gemeenten ondermijnt de werking van de schulddienstverlening.

  • Bob van Nuland, opleidingsadviseur schulddienstverlening